Het liedboek van Anna Steyn

Dit oblong-vormige liedboek is ingebonden in een band van groen fluweel, geborduurd met goud- en zilverdraad. In het midden van het voorplat staat een gekroond en met twee pijlen kruisgewijs doorboord hart, in dat van het achterplat een uit de letters a, n, s, t, e en y samengesteld monogram, waaruit de naam anna steyn (of steyns) gevormd kan worden.

Het hart op het voorplat wijst op een amoureus liedboek en het album bevat dan ook uitsluitend minnedichten, geen kluchtige of geestelijke liederen, zoals men die in een ‘boertigh’ of ‘aendachtigh’ liedboek aantreft. In zijn huidige, licht beschadigde vorm bevat het boek 138 bladen, die nu met potlood zijn genummerd als folio 1recto t/m folio 138verso.5 Het telt dus 276 pagina’s. Daarvan zijn er 198 beschreven en enkele gevuld met een tekening; de rest is blanco. Het album dateert van 1611. Dit jaartal staat op de titelpagina (fol. 2r) en komt daarna nog zeven keer voor, voor het laatst op fol. 64r.6 Eén van de tekeningen (fol. 76r) is 1612 gedateerd.

Dit manuscript is een waardevol cultuurhistorisch document. Het liedboek bevat 95 teksten, waaronder ca. 70 liederen, 2 sonnetten, 15 spreuken en 3 rebussen, 5 aquarellen en diverse kleine pentekeningen. De tekeningen van schepen en een winterlandschap worden toegeschreven aan Cornelis Claesz. van Wieringen.

Cornelis van Wieringen. Winters rivierlandschap bij een molen (fol. 74v).

De signatuur ‘WB’ op de tekening op fol. 76r leidt naar de tekenaar, graficus en schilder Willem Buytewech. Deze aquarel ‘De herderin Silvia’ is zijn vroegst gedateerde tekening en is in 1612 in het liedboek aangebracht ter illustratie van een pastoraal gedicht.

Aquarel van Willem Buytewech: ‘De herderin Silvia’

Niet alleen kunsthistorisch is dit liedboek van belang, ook letterkundig is het interessant. Voor het Haarlemse meisje Anna Steyn (1589-1618) hebben – kennelijk op verzoek van Cornelis van Beresteyn – Leidse studiegenoten als Baudewijn Hackius, Cornelis van der Laen en Haarlemse kennissen als Theodorus Schrevelius allerlei liefdesgedichten, liederen, spreuken en emblematische tekeningen bijeengebracht.

Een voorbeeld is de rederijker rebusspreuk op fol. 5r (zie afbeelding): ‘Dus vliegen wij [helaas] door lieffden groot// wij soucken solaas; wij vinden de dood’. Met een Italiaanse versregel van Petrarca vormt deze weergave een citaat uit de toen moderne bundel Emblemata Amatoria van Nicolaas Heinsius.

Rederijker rebusspreuk boven een langere inscriptie

Een ander voorbeeld van een inscriptie is die op fol. 96r. Hier liet de ondertekenaar ‘ARosa’ zijn signatuur voorafgaan door de ridderlijke uitspraak Ou L’espéé ou L’Amour Me rendront quelque jour heureuse. Dit moet Anthony Rosa (geb. 1593) uit DenHaag zijn. Over hem is ons niets anders bekend, dan dat hij zich, eenentwintig jaar oud, op 27 november 1614 liet inschrijven bij de juridische faculteit van Leiden.104 Daar heeft hij zonder twijfel Anna’s neven Johan en Daniël Colterman leren kennen.

Rechtsonder op de pagina: ‘ARosa’

Op fol. 90r signeerde iemand met zijn initialen en het levenslustige motto ‘Vive l’Amour’ (afb. 19). Op het eerste gezicht schijnen de letters ‘C.T.’ te luiden maar bij nader inzien moeten ze toch naar alle waarschijnlijkheid gelezen worden als ‘J.C.’, waarbij de schreef van de J over gaat in de schreef van de V. Met evenveel waarschijnlijkheid betreft het dan Anna’s neef Johan Colterman (1591-1649).

‘Vive l’Amour’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s