Het album van Walraven van Stepraedt

Het album van Walraven van Stepraedt bestaat uit 220 bladen, gebonden in leren band, versierd met stempeldrukken en verguld op snee. Het formaat is octavo oblong. Van de 222 bladen zijn er 60 blanco, 13 worden ingenomen door wapens, de overige zijn geheel willekeurig en zeer ongelijk beschreven. Op de voorkant van de band staan de letters G.B.A.; daaronder W.v. S. De laatste zijn de initialen van Walraven van Stepraedt, de eerste de beginletters van een spreuk (God boven al). Op de achterkant van de band staat alleen ‘Anno 1605’.

Voorkant band 'G.B.A' en 'W.v.S.'

Achterkant band 'Anno 1605'

Walraven trouwde in 1609 met Caspar van Merwyck tot Kessel. Hij schrijft op fol. 153:

Fol. 153 verso

Stedich vnde stil
is gantz mein
Will dij anders
wilt sijn dij sal
leifte neit sijn
Caspar van Merwick
to Kessel

Op dezelfde bladzijde schrijft Walraven zelf:

Inscriptie van Walraven in haar eigen album

Alle myn haepen trost onde
toefersycht heb yck allein aen
godes genade gerycht

G.B.A.

Walraven van Stepraedt
Dochter so den Dodendael

Fol. 153 verso. Boven in het midden: inscriptie van Walraven. Midden links de inscriptie van haar man Caspar

Bijzonder is de bladzijde die Johan van Zallant beschrijft. Fol 128 v. toont een tekening van een ooievaar met een zwaard door zijn hals. Onder het plaatje staat:

Waren alle Clappers so geschiet
Sij zouden wel zwijgen ende
klappen niet
Ick wol dat die klappers ton
gen spleten
die quaet segen, ende sij dat weten.

Fol. 128 verso

Ernaast staat het gedicht ‘Die storck’:

Die storck
Ick klappe, ick byte, ick worde gekeelt
Ick solde wel leven, hadde ick men gelt
Solde elck klapper aldus geschien
Hy solde wel sijns Clappens vlien
Och Clapper holt ommers dinen beck
En wilt niet beknagen eens anders gebreck
Want ziet, klappen kostet mijn den neck
Wachtet u voor knaegen en west niet geck

Men vijnt gheen quader fenijn
Dan vrunt te schijnen en viant te zijn
Slangen en Aderen sijn boose fenijn
Doch vijnt men klapper tongen, die arger zijn

Lingua hominis amica convitij
In silention autem optima.

Reum patientia victrix
May 1601
Johan van Zallant

Op fol. 144 vinden we een pleidooi voor vrede in woord en beeld. Jacob van Eynden heeft een potloodtekening gemaakt van een geknielde ridder, met de helm naast zich. Boven zijn naam citeert hij Vergilius, Aeneis XI, 362:

fol. 144

Nulla salus bello, pacem te poscimus omnes (in oorlog ligt geen heil, allen smeken wij u om vrede).

Op fol. 179 v. en 180 r. schrijft Rutghera van Eck een gedicht, waarvan de eerste letters van iedere regel “Walraven van Stepraedt” vormen:

Fol. 179 verso

W  Weest Godt Vruchtijch Ende Wael Gemoet
A  Altijt Geduldich In Tegenspoet
L  Laat Gaedtz Woest Altit In U Gedachten Sijn
R  Rust Daer op Mijt Den Herten Dijn
A  Alle Tijttelijck Guet Verswint Gering
V  Verlaet U Op Geen Ertsche Dijng
E  Een Mijnsche Seer Wijsselick Doet
N  Niet Toe Betrouwen Dan Op Het Eewighe Guet

V  Van Alle Sorge U Untslaet
A  Altit In Godt Gerust Staet
N  Niemans Met Vuel Sorgen Wael Gaet.

Fol. 180 recto

S  Sijch Wael Voer Dij Bedroch Is Groet
T  Trouloes Is De Werlt Van Duegden Bloet
E  Eehr Und Dueght Lieuet Voer Al
P  Pracht Und Hoeffaert Mijdt Auer Al
R  Raedt Ick Van Hertten Dij
A  Altijt Bedenckt Dijt Vrij
E  Een Ider Sie Wael Voer Sick
D  Dat Hij Nijet Geloeue Lichtlick
T  Tonghen Der Menschen Bedrieghlick Sin Daerom Volgt Dese Leere Fijn

GB   ER   Saelicheit  Des Werltz Pleisant
Is Nijet Dan Drifsandt

Rutghera Van Eck

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s